Meer dan een jaar geleden. Een oud-collega kijkt me aan en zegt: “He, je straalt niet meer.”

“Deed ik dat dan hier eerder wel” was mijn vraag.

Ja.

was het stellige antwoord.

Twee maanden na het afscheid. Ik zie een prachtige foto van mezelf tijdens een familieweekend. Meestal krimp ik in elkaar als ik foto’s van mezelf zie. Nieuwsgierig onderzoek ik waarom dat dit keer niet zo is.  Ik hou van deze foto omdat ik zelf kan zien dat ik straal. Als ik goed oplet zie ik het ook aan de reacties van mensen op straat, dat tikje oplichten van het gezicht bij het begroeten. Anderen maken het me makkelijk en zeggen het gewoon tegen me.

He, je straalt.

Ik weet ook hoe het komt. Het is een proces dat vorige zomer begon.

Ik voed deze dagen mijn ziel overvloedig en heb de ruimte om gefocust te werken aan het opruimen van de blokkades die het stralen in de weg zitten.

De ingrediënten van dat proces:

Daar hoort ook bij pijn, frustratie, angst aankijken, er laten zijn. Naast tijd voor stilte, meditatie, zingeving ook dingen doen.

DOOR-vraag: Hoe bewaak ik die proces-ingrediënten als ik weer betaald ga werken.